Ontwenningsverschijnselen
Ongeveer de helft van alle stoppers die gemiddeld 20 of meer sigaretten per dag rookten en ongeveer 10 mg nicotine tot zich namen, heeft last van een aantal ontwenningsverschijnselen. Ze worden voornamelijk veroorzaakt doordat door het niet-roken een gebrek aan nicotine ontstaat. Nicotine is een giftige stof. Bij beginnende rokers kunnen daarom verschijn¬selen als misselijkheid, duizeligheid en hoofdpijn optreden. Het lichaam went echter aan de voortdurende toevoer van nicotine en leert ermee leven. Wanneer echter de nicotinetoevoer te groot is, treedt er nicotinevergiftiging op. Wellicht herkent u het nare gevoel 's ochtends nadat u de avond ervoor te veel hebt gerookt. De roker heeft geleerd om de nicotine-inname binnen bepaalde grenzen te houden. Niet te weinig, want dan treden er ontwen¬ningsverschijnselen op, niet te veel want dan treden er vergiftigingsverschijnselen op.
Krijgt u bij het stoppen last van ontwenningsverschijnselen, dan is dit een teken dat het lichaam weer gaat flinctioneren zonder de invloed van het roken. Het is plezierig te weten dat de piek van de ontwenningsverschijnselen meestal ligt op de tweede of derde dag van de ontwenning. Daarna worden ze steeds minder. Het meeste leed is gauw geleden. Toch is het goed u te realiseren dat ook in de tweede week een aantal verschijnselen nog aanwezig kan zijn, zoals prikkelbaarheid, hongergevoel, behoefte aan snoep, maag- en darmstoornissen en zin in roken. Wat kunt u doen om met deze verschijnselen de ontwenningsperiode zo goed mogelijk door te komen?
Allereerst is het van belang u te realiseren dat ontwenningsverschijnselen horen bij de ontwenning en vanzelf zullen verdwijnen. In de tweede plaats moet u er niet meer aandacht aan schenken dan per se nodig is en u zoveel mogelijk afleiden met leuke, interessante en plezierige gedachten en bezigheden. Verder kunt u nagaan hoe u tegen bepaalde hardnekkige verschijnselen het beste kunt aankijken en hoe u er op een goede manier mee kunt omgaan. Zie hiervoor ook kader 6. Het blijft heel belangrijk dat u zich realiseert dat alle ontwenningsverschijnselen op den duur overgaan. Als de ontwenningsverschijnselen langere tijd in hevige mate blijven voorkomen, kunnen nicotinehoudende middelen een verluchting betekenen.
Mogelijke ontwenningsverschijnselen
Ontwenningsverschijnselen die zich kunnen voordoen in de eerste periodes van het stoppen, zijn:
- zin in roken
- prikkelbaarheid
- gespannenheid
- concentratieproblemen
- rusteloosheid
- grotere eetlust
- ongeduld
- hoofdpijn
- duizeligheid, licht gevoel in het hoofd
- tintelend gevoel in vingers en tenen
- korte momenten van afwezigheid
- beven
- maag- en darmstoornissen, zoals maagzuur en trage stoelgang
- koude rillingen
- transpireren
- slaapstoornissen, zoals moeite met inslapen, licht slapen, onrustig slapen en vaak wakker worden
- wisselende stemmingen
Ontwenningsverschijnselen: hoe er mee omgaan?
Prikkelbaarheid
Zoek een manier om prikkelbaarheid af te reageren. Bijvoorbeeld door te sporten, te bewegen.
Hebt u geprikkeld op iemand gereageerd, en u vindt uw reactie onheus, verklaar uw gedrag dan door te zeggen dat u bezig bent te stoppen met roken. Zo blijft u niet met vervelende schuldgevoelens zitten.
Sta uzelf toe een half uur per dag echt prikkelbaar en chagrijnig te zijn.
Bereid uw omgeving voor op mogelijke prikkelbare reacties van uw kant.
Gespannen, emotioneel zijn
Een gespannen gevoel kunt u verminderen door af en toe bewust even tijd voor uzelf te nemen en een ontspanningsoefening te doen. Soms voelen stoppers zich wat kwetsbaar, vlug emotioneel, lichtgeraakt. Huilbuien kunnen soms dan ook voorkomen.
Concentratieproblemen
Deze zijn lastig omdat ze tot gevolg hebben dat werkzaamheden die nauwgezette aandacht en nadenken vereisen maar moeilijk vorderen. Ook een vrijetijdsbesteding als lezen kan moeilijk gaan. Belangrijk is om dan niet te veel van uzelf te verwachten. Kies werkzaamheden uit die ook moeten gebeuren maar niet veel concentratie eisen. Moet u toch geconcentreerd werken, neem dan regelmatig even een rustpauze, schakel andere storende factoren uit (telefoon, radio, enzovoorts) en zorg voor voldoende slaap en voor een goede conditie.
Rusteloosheid
Dit is een verschijnsel dat bij vrij veel stoppers voorkomt. U merkt net aan het feit dat u uw draai niet kunt vinden, u zich niet op uw gemak voelt en niet rustig kunt zitten. Vaak heeft het te maken met het feit dat de stop¬per bang is heel veel zin in roken te krijgen als hij rustig gaat zitten. Hij heeft het gevoel bezig te moeten blijven. Als dit verschijnsel zich voordoet, ga dan aan de slag met allerlei klussen en zoek werkzaamheden die al een tijdje liggen te wachten. Zo gebruikt u uw energie positief en houdt u een goed gevoel over aan het feit dat u een aantal klussen hebt afgemaakt. Zorg wel voor voldoende bedrust en probeer langzamerhand uit of rustig zitten al weer lukt. Oefening kan wat dit betreft geen kwaad.
Grotere eetlust
Probeer uzelf niet te dwingen tot een strikt en beperkt dieet. Sta uzelf af en toe wat extra's toe. Wat extra belonende momenten die met eten of snoepen worden gecreeerd kunnen helpen het gemis aan het roken even te overwinnen. Maak hier echter geen gewoonte van. Neem verder zoveel mogelijk etenswaren en snoep met weinig calorieen. Zo beperkt u de gewichtstoename. De eet- en snoeplust zal meestal vanzelf afnemen. Meer lichaamsbeweging kan helpen de extra calorieen te verbruiken.
Duizeligheid
Dit verschijnsel beperkt zich meestal tot de eerste week. Heeft u hier last van of van korte momenten van afwezigheid, wees dan voorzichtig met bijvoorbeeld autorijden.
Maag- en darmstoornissen
De mogelijke maag- en darmstoornissen kunnen bestaan uit trage stoel¬gang, maagklachten of oprispend maagzuur. Vereisen deze klachten actie, doe dat op de manier waarop men deze in het algemeen aanpakt. Duren ze langer dan drie weken dan is het beter uw huisarts te raadplegen. Bij trage stoelgang helpen middelen als vezelrijk eten, fruit, veel water drinken.
|