Zin in roken
Het ontwenningsverschijnsel dat het meest voorkomt, is zin in roken. Sommige onderzoekers zeggen dat 90% van alle stoppers hier last van hebben. Alhoewel we hier spreken over 'zin in roken' is dit een wat zwakke omschrijving van wat stoppers op bepaalde momenten ervaren. Het varieert van 'terloops denken aan roken' tot 'haast onbedwingbare rookbe-hoefte'.
Een deel van dit zin hebben in roken is de lichamelijke behoefte aan roken. Dit heeft te maken met de behoefte aan nicotine. Na een poosje niet-roken daalt het nicotineniveau in het bloed. Afhankelijk van de persoon is het met de helft gedaald na 1 tot Vji uur. Het lichaam zendt signalen uit dat er een nicotine-gebrek bestaat. Deze signalen worden door de roker als onprettig ervaren. De roker krijgt zin in een sigaret. Door te roken wordt de nicotine aangevuld, en wordt de onplezierige situatie van het nicotinegebrek opgeheven. Na het roken van de sigaret daalt het nicotineniveau weer. De roker die vooral rookt vanwege behoefte aan nicotine is eigenlijk steeds bezig een onplezierige situatie op te heffen en te vermijden dat de onplezierige gevoelens erger worden. Dit mechanisme is een kenmerk van alle verslavingen.
Zin in roken wordt echter niet alleen opgeroepen door nicotinegebruik. Er zijn ook tal van situaties waarmee roken verbonden is geraakt en die het signaal 'ik wil een sigaret' oproepen. De roker heeft als het ware geleerd dat bepaalde situaties gekoppeld zijn aan roken. Door bijvoorbeeld altijd een sigaret op te steken tijdens een telefoongesprek, is er een sterke koppeling tussen het roken en de telefoon ontstaan. Het is dan niet de lichamelijke behoefte aan nicotine die doet verlangen naar een sigaret tijdens het tele¬foongesprek, maar de door uzelf aangeleerde gewoonte om altijd te roken tijdens telefoongesprekken. Het kost enige moeite, maar wat u zich hebt aangeleerd kunt u ook weer afleren.
|
|