Passief roken
Tabaksrook als luchtvervuiler
Bij tabaksrook kunnen we onderscheid maken tussen de zogenaamde 'hoofd¬stroom' en de 'zijstroom'. De hoofdstroom is de rook die de roker opzuigt. Het is duidelijk dat de rook die de roker daarna uitademt als het ware in de omringende lucht terugkomt. Een aantal bestanddelen blijft in de longen en de mond- en neusholte van de roker achter. De zijstroom is alle overige rook die van een sigaret komt, voornamelijk van het brandende einde ervan. De zijstroom bevat dan ook hogere concentraties aan giftige bestanddelen dan de hoofdstroom. Hierbij komt dat de zijstroomrook langdurig en in grote hoeveelheden in de omringende lucht wordt opgenomen. De mate van verdunning wordt uiteraard bepaald door de omvang van en de ventilatie in het vertrek waar gerookt wordt.
In een tijd waarin vele instanties aandringen op energiebesparing door het isoleren van woningen en andere gebouwen begint de verontreiniging van de binnenlucht een steeds grotere rol te spelen. In veel nieuwe gebouwen kan zelfs geen raam meer worden opengezet.
Tabaksrook brengt aanzienlijke hoeveelheden stof in de omgeving en is daardoor een belangrijke bron van luchtverontreiniging.
Volgens normstellingen mag buitenlucht slechts tot een maximum van 8 mg stof per kubieke meter bevatten. Onderzoek heeft uitgewezen dat de rook van een sigaret voldoende stof produceert (ongeveer 30 mg) om 3 a 4 m3 lucht tot het maximum te belasten. Dit betekent dat een kamer van 4 bij 4 meter bij gemiddelde hoogte door de rook van ongeveer 10 sigaretten tot de alarmfase wordt vervuild. In Amerikaans onderzoek is berekend dat een niet-roker die 40 uur per week in een doorsnee-kamer doorbrengt in gezelschap van een gemiddelde roker een hoeveelheid schadelijke stoffen kan binnen krijgen, gelijkwaardig aan zo'n 5 sigaretten per dag.
Effecten op de gezondheid
In Engels longonderzoek is geconstateerd dat er op lange termijn verslechte-ringen in de longfuncties optreden bij rokers en passieve rokers. Niet-rokers, mensen die tijdens hun werk gedurende meer dan 20 jaar aan een rokerige atmosfeer waren blootgesteld, vertoonden dezelfde stoornis in longfunctie (aandoening van de kleine luchtwegen) als die van inhalerende lichte rokers (1 tot 10 sigaretten per dag gedurende 20 jaar of langer). In een samenvatting van 13 verschillende bevolkingsonderzoeken komt een Engels onderzoeker tot de conclusie dat niet-rokers die met rokers samenleven tot 50% meer kans hebben op longkanker dan niet-rokers die niet blootgesteld worden aan tabaksrook. Niet-rokers in een niet-rokerige omgeving hebben een duidelijk betere longfunctie. Voorts blijkt uit diverse onderzoeken, dat kinderen van rokende ouders op de zuigelingen- en peuterleeftijd meer hoesten. Zij zijn ook vaker verkouden en hebben meer last van piepen en kortademigheid en ze zijn in het alge-meen vaker ziek door ademhalingsklachten dan kinderen uit gezinnen waar niet gerookt wordt. In gezinnen waar gerookt wordt, zijn meer kinderen met astma dan in niet-rokersgezinnen. Ook de groei van de longfunctie van kinderen met rokende ouders blijft duidelijk achter. En dat terwijl een baby van een moeder die tijdens de zwangerschap heeft gerookt toch al een slechtere start heeft gemaakt. Volgens onderzoek is het geboortegewicht van zulke kinderen gemiddeld 200 gram lager en is er een grotere kans op vroeggeboorte en overlijden voor, tijdens en vlak na de geboorte. Dat kinderen van moeders die tijdens de zwangerschap roken een geboortegewicht hebben dat gemiddeld zo'n 200 gram lager ligt dan bij kinderen van niet-rokende moeders, is onomstotelijk aangetoond. Dit lagere gewicht wordt veroorzaakt door een hoger niveau van koolmonoxide in het bloed en een slechtere doorstroming van het bloed. Het ongeboren kind krijgt onvoldoende voedingsstoffen. Daardoor is het in feite ongezonder. Destijds veroorzaakte de ziekte longkanker als eerste de verontrusting over het actief roken, pas later volgden ook de feiten met betrekking tot hart- en vaatziekten en CARA. Ook nu weer zijn de deskundigen het stelligst in hun uitspraken ten aanzien van passiefroken en het risico van longkanker. Onderzoekers hebben meerdere malen een verband aangetoond tussen passiefroken en longkanker. In Nederland overlijden circa 200 niet-rokers per jaar aan longkanker, veroorzaakt door passiefroken.
|